Terug naar Pedagogisch

Zwemmen

Er wordt gezwommen in 3 niveaugroepen. In elke niveaugroep dragen de kinderen een andere kleur van badmuts.

De groene groep bestaat uit de watergewenners. Zij kunnen/durven niet zelfstandig het water in. Deze kinderen durven nog niet vanaf de kant het zwembad inspringen, ze zijn nog bang om kopje onder te gaan en zijn nog helemaal niet zelfredzaam in het water. Voor hen is “water” een reëel gevaar. Wanneer deze kinderen hun angst voor het water hebben overwonnen, wanneer ze op de buik liggend (met een plankje aan de handen),de benen crawl kunnen uitvoeren én wanneer ze op hun rug liggend de benen schoolslag kunnen uitvoeren (met een plankje op de borst) , dan kunnen deze kinderen naar de oranje groep.

In de oranje groep zwemmen de kinderen die zichzelf al goed uit de slag kunnen trekken in het water. Zij zijn helemaal niet bang meer voor het water. Water is voor hen ook niet meer “gevaarlijk”. Deze kinderen wordt de zwemslagen “schoolslag” en crawl” aangeleerd met daarbij de passende ademhaling (basis). Kinderen die in deze groep zwemmen, kunnen meestal al heel vlot zwemmen zonder daarbij een bepaalde zwemslag vlot te beheersen.

In de blauwe groep zwemmen de kinderen die vlot schoolslag én crawl zwemmen. In deze groep worden deze zwemslagen verfijnd en wordt extra aandacht besteed aan de ademhaling. Ook uithouding komt hier aan bod.

Opmerking 1: De gezwommen afstand op een brevet bepaalt niet of een kind al dan niet in de blauwe groep mag zwemmen. Basisregel om in de blauwe groep te kunnen zwemmen, is het beheersen van zowel schoolslag als crawl.

Opmerking 2: Pas aan het einde van het 6e leerjaar moeten kinderen “een genormeerde zwemstijl” kunnen uitvoeren. Dit volgens het leerplan Bewegingsopvoeding.